In ieder gezin komen er gebeurtenissen voor die ingewikkeld en verdrietig zijn. Het leven verloopt met up en downs en zo gaat dat ook in een gezin. Ieder gezin is wel eens uit balans en sommige gebeurtenissen maken dat de rol die ieder gezinslid heeft, tijdelijk verandert. Soms ben je als ouder minder beschikbaar doordat de gebeurtenissen je overnemen. Je kind kan zich dan zelfstandiger gaan gedragen en ook minder een beroep op je doen.
In sommige situaties duurt deze fase van ‘uit balans zijn’, langer, veel langer. Er ontstaat dan een situatie waarin een kind voor een ouder gaat zorgen. Wanneer de rollen binnen een gezin worden omgedraaid, spreekt men in de psychologie van parentificatie. Het kind gaat op de stoel van de ouders zitten. Hij of zij krijgt en pakt een rol die niet bij hem of haar past en hoort. Deze rol maakt dat het kind zowel te vroeg als te grote praktische en emotionele verantwoordelijkheden krijgt die niet bij het kind passen.
Parentificatie komt veel voor in gezinnen waarbij er sprake is van overbelasting van de ouder, psychiatrie en/of verslaving bij de ouder en bij heftige gebeurtenissen.
Ook in scheidingssituaties zien we vaak dat het kind op de stoel van de ouder gaat zitten. Tijdens het proces of na de werkelijke scheiding van ouders, is het kind vaak getuige (en de dupe) van heftige emoties van zijn of haar ouders. Het kind ziet dat de ouders met veel emoties worstelen: verdriet, boosheid, wanhoop en onzekerheid. Emoties die het kind nog niet kan duiden, maar wel aanvoelt. Ieder kind heeft dan de neiging om de negatieve gevoelens te gaan verminderen voor de ouder. Geen enkel kind wil zijn ouders verdrietig zien.
Het kind gaat zich bijvoorbeeld terugtrekken zodat ouders geen ‘last’ hebben van het kind. Ook zie je dat kinderen hun best gaan doen om de harmonie in een gezin terug te brengen of te bewaren. Kinderen brengen boodschappen over, maken afspraken en de emoties van de ene ouder worden vaak afgezwakt opdat de andere ouder zich beter zou kunnen voelen.
Vaak zie je in scheidingssituaties dat het kind zich opstelt als bemiddelaar tussen de ruziënde ouders.
Wanneer een kind opgroeit een rol die niet passend is en er dus voor een te lange periode sprake is van parentificatie, is dit schadelijk voor de emotionele ontwikkeling van een kind. Dit leidt in het volwassen leven vaak tot ernstige problemen. De mechanismen die het kind ontwikkelt in zijn/haar jonge jaren worden vaak (onbewust) herhaald op latere leeftijd en worden teruggezien in (liefdes) relaties, binnen familiesystemen en op het werk. Deze patronen zorgen ervoor dat de gevoelens en behoeften van het kind, en later de volwassene, worden onderdrukt. Voorbeelden hiervan zijn: altijd controle willen hebben, bovengemiddeld willen presteren, heel gericht zijn op een ander willen helpen, perfectionisme, aanpassingsgedrag, please-gedrag, vluchtgedrag en eigen gevoelens wegdrukken.
Vaak hebben volwassen, die als kind een rol hebben vervuld die niet bij hen paste, een gevoel van leegte, eenzaamheid en faalangst. Het gevoel nooit genoeg te zijn. Vaak ontstaan er dan problemen in het aangaan van relaties, ontstaat er een burn-out of ontstaan er problemen rondom onverwerkt trauma.
Voor een kind waarvan de ouders zijn verwikkeld in een complexe echtscheiding is het van groot belang dat er door omstanders, het netwerk, wordt opgemerkt dat het kind een rol vervult die niet bij hem of haar past. Het is belangrijk dat ouders weer worden versterkt in hun eigen rol; zij zullen de regie moeten gaan pakken om iedereen weer terug te zetten in de rol die voor iedereen het meest gezond is. Pas dan kan het kind de stoel van de ouder verlaten en zijn of haar energie weer steken wat past bij de eigen rol: opgroeien en ontwikkelen!


